Blog-categorieën

17 december 2012

Drieluik in Budawang NP

Mist 

En zo bevind je je ineens “out there”. Vanochtend om zeven uur vertrokken we met Alex’ 4WD vanaf Joel’s huis in Canberra. In de auto wordt het weer doorgenomen: vandaag regen, morgen mogelijk een thunderstorm, overmorgen onbestemd. Hadden we dat geweten… Maar aan het weer verander je niets.

We parkeren de auto bij Long Gully Camping Area. We nemen natuurlijk geen genoegen met een camping area die zich per auto laat bereiken: ons doel is om langs The Castle te lopen - een berg die met 800 meter hoogte ver boven de omgeving uitsteekt - om ten noordoosten daarvan ons kamp op te slaan. Morgen kunnen we naar de top lopen, om vrijdag weer vanaf ons kamp terug te keren. We hijsen ons in onze backpacks en even na het middaguur begint de tocht met het doorwaden van een rivier vrijwel direct naast de parkeerplaats.

Al snel valt op hoe mistig het is. We lopen langs een vallei. Schijnt. We kunnen het niet bevestigen: rechts van ons loopt een bergwand recht omhoog (vandaar de naam The Castle, vermoed ik), links van ons niets dan dikke mist. We moeten ons een weg door de bush vechten. De route wordt niet veel belopen en van een pad blijkt niet overal sprake. We blijven veel achter bomen hangen met onze uitstekende slaapmatjes. Zo af en toe trekt een buitje over. Alex en Joel trekken hun regenjas aan, een moeite die ik me bespaar. Mist, regen, maar vooral zweet maken dat ik toch al tot het bot doorweekt ben. En omdat het toch tegen de 30 graden loopt ben ik niet bang voor onderkoeling.

Vallei, vallei, waar zijt gij?
We lopen langzaam en de tocht is zwaar. We moeten voortdurend onder, over en om bomen heen klimmen. Op de moeilijkste delen lopen we anderhalve kilometer per uur. Gelukkig kunnen we het relativeren en we maken grappen over hoe vervelend het zou zijn als we morgen een lading cub scouts tegenkomen in dit gebied. Om half zeven passeren we een flinke grot in de rotswand. We beseffen dat we nog lang niet bij het voorgenomen kamp zijn en ook dat we nog maximaal anderhalf uur daglicht hebben. We besluiten onze tenten op te zetten in de grot, die daar net groot genoeg voor is. Alle drie zijn we kapot, er wordt dan ook weinig gezegd terwijl we onze gevriesdroogde maaltijden opwarmen. Om negen uur kruipen we onder de wol. 



Zon

Als we wakker worden blijkt dat we gisteren inderdaad langs een vallei liepen. Het is zonnig, kraakhelder en aangenaam weer. Van de voorziene thunderstorm geen enkel spoor. Terwijl we voor onze grot ontbijten, lopen 20 meisjes van een jaar of 15 langs. Je houdt het niet voor mogelijk… Cub scouts? Gelukkig niet: het zijn deelnemers van het Outward Bound-programma (“Our mission is to provide challenging experiences that help people to discover, develop and achieve their potential”). Wat een bikkels, maar toch: mannelijkheid licht gekrenkt.

Nadat we ons kamp hebben afgebroken lopen we verder naar ons voorgenomen kamp dat we gisteren niet hebben gehaald. Halverwege splitst zich een zijpad af naar de top van de berg. We pakken het noodzakelijke (water, EHBO-sets, noodbakens en natuurlijk camera’s) en laten de rest op de splitsing achter terwijl we onze weg omhoog maken. Richting de top verandert het pad: we moeten nu naast de bomen ook regelmatig over grote rotsblokken klimmen. Twee uur later staan we aan de basis van de top. The Castle biedt uitzicht over de omliggende valleien. We komen op adem en maken vooral veel foto’s. Wat een uitzicht! 

Route naar de top gezien vanuit mijn GPS-tracker


Aan het einde van de middag zijn we terug bij onze backpacks en vervolgen onze weg richting kamp. Het pad wordt haast non-existent en we zijn dan ook verbaasd als we in ‘the middle of nowhere’ een grote wegwijzer richting het kampeerterrein zien. Het terrein is van luxe voorzien: houten banken rond een kampvuurplaats en zelfs een toilet. Maar het beste is het uitzicht over de vallei vanaf een plateau bij een waterval. Het is volle maan, dus we kunnen er lang naar kijken. 

Ook 's ochtends een plaatje: zonsopkomst vanaf ons plateau.

Wind 

We worden wakker met veel en warme wind. Dat is oppassen: door de wind merk je niet goed dat je snel uitdroogt. Vanaf hetzelfde plateau als gisteravond kijken we uit over de vallei onder ons, nu nog gevuld met dikke mist. Eenmaal op pad drinken we in verband met de warme wind tegen heug en meug in. We moeten haast maken, want we zien hoe zich flinke regenwolken vormen. Bovendien hebben we veel terrein te overbruggen, want we lopen dezelfde route van de afgelopen twee dagen nu aan een stuk terug (hoewel we de tocht naar de top van The Castle natuurlijk overslaan).

Het wordt erg warm en de wind koelt niet af. De dreigende lucht en de harde windstoten maken dat we willen doorlopen. Het zweet gutst daardoor nog meer dan in de vorige dagen uit elke porie. Ik denk nog “niet te snel, het gaat steil omlaag” maar glijd toch uit. Een pijnlijke en dikke enkel, maar daar komen we nog wel mee thuis. Even voor tweeën doorkruisen we de rivier waardoor we gekomen zijn. We bereiken de parkeerplaats en kunnen alle drie niet wachten om onze ranzige kleren te verwisselen voor een droog, fris pak. Met de airco vol aan koersen we richting Canberra. Natuurlijk via de pub in Braidwood. Want bier, dat hebben we verdiend. De eerste stappen richting AAWT zijn gezet!


21 november 2012

In opmars naar de tocht

Mijn vorige blog dateert alweer van even geleden… Deze keer geen beschouwing van dat malle volk (volgende keer beter!), maar een update over dat waar ik überhaupt voor kwam. Het is hier rustig, althans op wandelvlak. Het blijkt toch moeilijker te zijn dan gedacht om een bushwalking buddy te vinden voor de AAWT. Een georganiseerde ontmoetingsplek voor deze specifieke tocht, hetzij aan het begin/einde van de route, hetzij online, ontbreekt. Ik heb hoteleigenaren en park rangers aangeschreven met de vraag of iemand onlangs heeft geïnformeerd naar de tocht,maar  zonder succes. Ook ben ik naar Albury gereden (300 kilometer verderop) om een vergadering bij te wonen van de Border Bushwalking Club, in de hoop wat bushwalk-publiek te ontmoeten. Erg interessante avond, maar op AAWT-vlak ook hier geen succes.

Laatste deel: Mt. Kosciuszko - Tharwa
Gelukkig heb ik wel iemand gevonden die het laatste deel van de route wil lopen (Thredbo – Tharwa, 210 kilometer). We hadden beiden een bericht geplaatst in de “Companion wanted”-sectie van Bushwalk.com (een aanrader voor iedereen die in Australië iets met bushwalks te maken heeft). Ik voor de hele tocht, hij voor “de omgeving van Mt. Kosciuszko / Canberra”, wat nagenoeg gelijk is aan de laatste sectie van de AAWT. Volgende week gaan we elkaar ontmoeten om de plannen concreet te maken. Uiteraard aan de voet van een heuvel.

Dit alles betekent dat ik de route in ieder geval niet van het beginpunt tot het eindpunt zal lopen (maar van 2/3 tot het eind, en vervolgens – hopelijk – van start tot 2/3). Niet helemaal hoe ik het me van tevoren had voorgesteld, maar op deze manier weet ik in ieder geval zeker dat ik een deel van de route zal zien. En eigenlijk vind ik het ook niet erg om met het meest vlakke deel van de route te beginnen. Intussen blijf ik zoeken naar ander gezelschap en kijk ik ook naar andere routes waar meer volk voor te porren is.

De afgelopen weken heb ik alles in huis gehaald wat je nodig kunt hebben op lange tochten. Alles zo licht mogelijk, want je moet het wel meesjouwen. Zo weegt mijn tent 650 gram (SkyScape Trekker), mijn slaapzak 1100 gram (Sea to Summit Trek II) en mijn kookset 350 gram (Jetboil Zip). Het grote gewicht zit ‘m uiteindelijk in eten (+/- 800 gram per dag) en water (3 liter/kilo constant). Mijn meest hippe aankoop is zonder twijfel de SPOT GPS Messenger: een apparaat met GPS-ontvanger en satellietzender waarmee je niet alleen je wandeltocht kunt “tracken” maar in geval van nood ook een noodsignaal kunt versturen.



Spot GPS Messenger



Sea to Summit Trek II




Skyscape Trekker

Lichtgewicht is zwaar betaald en daarom probeer ik intussen wat geld te verdienen door websites te bouwen. Zo heb ik tijdens mijn studie altijd mijn biertjes kunnen betalen, en zo nu en dan ook nog eens een studieboek, dus heb ik een advertentie geplaatst in de lokale krant. Het loopt niet storm (al leek het daar even op), maar zo blijft het tenminste wel vakantie.

Intussen nadert de kerst. Iets waarmee de winkels al beginnen te adverteren op het moment dat in Nederland de kruidnoten in de schappen worden gelegd. Erg surrealistisch: kerstballen en slingers terwijl het overdag 30 tot 35 graden is zonder een wolk aan de hemel. Een kerstsfeer ontbreekt daardoor, maar daar heeft ondernemend Australië iets op bedacht: Christmas in July. Juist: hier wordt Kerst gewoon ieder half jaar gevierd. Ho, wat is dat? Toch een beschouwing van dat malle volk? Nou, ter relativering dan: wij Nederlanders hebben weinig recht van spreken. Kerst duurt hier maar een dag, dus laten we Christmas in July gewoon een verlate Tweede Kerstdag noemen.

11 oktober 2012

Boerenverstand of goudkoorts?

Inmiddels ben ik de enige Baart in Griffith en daarmee lijkt de vakantie voorbij. Over dus tot de orde van de dag. Over hoe die orde er voor mij uit ziet maak ik misschien de volgende keer een vodcast. Nu eerst het dagelijks leven van een goed deel van de inwoners van Griffith: de boeren.

“Farming is the future”, aldus grote billboards in lege akkers langs de weg. Met een groeiende wereldbevolking en de daarmee gepaard gaande vraag naar voedsel lijkt dat logisch. Een droombeeld van de hele dag rijden op de tractor doemt op, en na zonnige dag op het land zie ik mezelf huiswaarts keren naar de vrouw voor een rump steak uit eigen stal. Maar hoe komt het dan dat die borden alleen staan op braakliggende akkers? En van een vastgoedhandelaar zijn? Is “farming” nog niet het heden? Als je het de boeren vraagt is het noch het heden, noch de toekomst.

Als bezoeker van ‘overseas’ ga je bij ieder bezoek aan Australië een rondje langs familie, vrienden en bekenden. In een ruraal dorp als Griffith is de man boer en zorgt de vrouw voor de kinderen en de boekhouding van de farm. Kom je op de koffie, dan krijg je een tour op de farm waarbij de boer zijn hart kan luchten. De boeren verstaan hun vak en de citroen- en sinaasappelbomen hangen vol vruchten. Toch vertellen ze allemaal hetzelfde verhaal: je wordt er niet rijk van, met dank aan de overheid. Maar iedereen heeft zijn eigen redenen om de overheid aan te wijzen en daardoor lijkt het vooral een kwestie van “they took our jobs”.

Allereerst is er het buitenland. Australië kent geen importquota en de lage lonen-landen zijn door importeurs ontdekt. Zelfs met transportkosten is het goedkoper om voedsel uit het buitenland te importeren. De bewuste consument kan producten zoeken die voorzien zijn van het “Australian Made”-keurmerk. Maar bewuste consumenten zijn schaars. Hier in de directe omgeving zijn kilometers en kilometers sinaasappelfarms te vinden. Veel van de bomen hangen het hele jaar vol sinaasappels. Klinkt goed, maar dat is het niet: de bomen worden niet meer geplukt omdat opbrengst ongeveer de helft bedraagt van wat het plukken kost. Navelsinaasappels blijven aan de boom hangen en verzuren, andere soorten vallen op de grond om daar hun laatste rustplaats te vinden. Boer Tony vindt het maar zonde: de overheid zou de pickers moeten betalen om de sinaasappels te plukken en te verschepen naar Afrika. Boordevol vitamine C, kunnen ze goed gebruiken, en daar hoeft ie niets voor te hebben!

Daarnaast kent dit gortdroge land de eeuwigdurende strijd om water. Waar Nederland vecht tegen water om te voorkomen dat het land in zee verdwijnt, moet hier iedere druppel water vijf keer worden omgedraaid. Begin vorige eeuw hebben boeren gezamenlijk een irrigatiekanaal gegraven. Lange tijd werd dat succesvol gebruikt. Niet lang geleden viel het oog van de overheid op dat kanaal. Het verouderde kanaal kon efficiënter worden gebruikt, meende men, en daarom werd op rekening van de overheid een ondergronds buizennetwerk aangelegd. En dat heeft geleid tot twee problemen.

De buizen die zijn gebruikt hebben een te kleine diameter. Stom, legt Tony uit, want dat betekent dat je meer oppervlaktewrijving hebt en dus je elektrische pomp harder moet laten draaien voor dezelfde hoeveelheid water. Zeker na de recente invoering van de carbon tax op elektriciteit hangt daar een prijskaartje aan. Maar wat de boeren helemaal een doorn in het oog is, is dat de overheid nu zegt dat het kanaalwater dat niet wordt gebruikt, voortaan toekomt aan diezelfde overheid. De boeren voelen zich belazerd: hen is een systeem aangesmeerd dat duurder in gebruik is, terwijl teruggaan naar de oude situatie niet meer mogelijk is.

Dat de boeren moeilijk rondkomen is niet nieuw. Toch blijven ze het proberen, wachtend op de gouden oogst. Goudkoorts, als je het mij vraagt. Decennia geleden heeft een boer, nog aangedaan door het verlies van zijn 4-jarige dochtertje, zijn akkers per ongeluk ingezaaid met uien (hij had andere groenten op het oog). Dat jaar bereikte de uienprijs recordhoogtes en de man was binnen. Maar deze gouden oogst is intussen wel erg gedateerd.

Mijn zus en zwager hebben een lap landbouwgrond gekocht en daar een huis op laten bouwen. Bij de aanvang van de bouw kon het nog met recht een farm genoemd worden, want op het land deden ze een pilot met het telen van blauwe bessen. Deed nog niemand in de omgeving, dus als het zou werken hadden ze hun gouden oogst (en het alleenrecht op blauwe bessen binnen een bepaalde afstand). Om onbekende redenen stierven de planten bij bosjes (woordgrap) en degene die het nog deden zijn verdronken bij de overstromingen in maart. Een goede wake-up call: met boeren verdien je geen geld, het is een gewoon een verdomd dure hobby. Intussen ligt de landbouwgrond braak en wordt het bij voorkeur verkocht. Misschien toch maar een bord plaatsen: “Farming is the future”, en als iemand komt informeren vriendelijk lachen en ja-knikken.


24 september 2012

Australië is niet net Nederland

Nog voordat ik na mijn vertrek uit Nederland goed en wel in Griffith was aangekomen, had ik al een blog in gedachten opgetekend. Een mooie vergelijking tussen Nederland en Australië, over waarom de Nederlander zich zo snel thuis voelt in Australië. Dat kwam, zo dacht ik, doordat de landen zo op elkaar lijken. Nederland is zo plat als een dubbeltje, kent de kust met strand en duin, maar ook de Veluwe, de Drentse heide, de Friese combinatie van schapen en watersport en het pittoreske Limburg met een heuse glooiing in het landschap. Australië is ook plat en kun je in grofweg dezelfde landschapskenmerken verdelen. Pas de afgelopen dagen bedacht ik me dat zo’n vergelijking eigenlijk neerkomt op “hiervoor hoef je Nederland niet uit”, of “dit hebben we thuis ook” en dat doet het Australische land en landschap te weinig eer aan. Eye-opener was ons bezoek aan Mungo National Park in de Outback.


Op “slechts” 620 kilometer afstand van Griffith ligt het park binnen rij-afstand. De laatste 90 kilometer gaat over “unsealed roads”, waar niemand de moeite heeft genomen asfalt te leggen. Op slechte stukken betekent dit dat je slechts 30 km/u kunt rijden, waardoor de reistijd ruim 9 uur bedraagt. “Wat heeft jullie in hemelsnaam hier gebracht?”, vroeg een Australische parkbezoeker ons dan ook. “Nou, we vonden de plaatjes in ons Nederlandse fotoboek wel mooi”, was ons beste antwoord. Maar wat bracht haar dan naar het park? Jose, onze buurvrouw in het gastenverblijf van het park, wist het wel. De vrouw was een grey nomad. Dat konden we zien aan de auto: een indrukwekkende 4x4 die minstens een rijbaan breed was (en die, dat mag worden gezegd, een stuk beter in de omgeving opging dan onze stadse zwarte sedan met ‘enkel’ voorwielaandrijving). Op de camping van het park stond vast hun caravan. Deze grijze nomaden, vernoemd naar de kleur van het resterende beetje haar, verkopen doorgaans nadat ze met pensioen zijn gegaan hun huis en kopen van de opbrengst de grootste campers of 4x4’s met trailer. Onder elkaar spreken ze van hun rig (platform) en hebben ze hun krachten gebundeld in een vereniging. Het mag gezegd, Australië is groot genoeg om de laatste 20 jaar van je leven rond te rijden zonder twee keer hetzelfde te zien. Voor hen is het dus een kwestie van tijd voordat ze Mungo aandoen. Voor ons was het een bewuste keuze, en een goede ook.

De historie van Mungo NP zal ik achterwege laten, die is prima gedocumenteerd op internet te vinden. Wat interessant is, is dat hier tot 18.000 jaar geleden een meer lag. Aboriginals leefden hier al tienduizenden jaren geleden. Zo is onder meer de ongeveer 42.000 jaar oude Mungo Lady hier gevonden, die tot op heden de eerst (gevonden) gecremeerde persoon ter wereld is. Hoe vind je een gecremeerd persoon? Laat ik het zo zeggen: Aboriginals hebben nooit precisiegereedschap gekend. Maar veel boeiender dan de menselijke bewoning is het landschap dat een meer met zich brengt. Aan de kust van het meer spoelde zand en klei aan. Het meer droogt op en het zand waait weg, waardoor tegenwoordig vreemd gevormde kleipilaren te zien zijn. Ook liggen rond het meer enorme zandduinen.

En met die duinen zijn we weer terug bij waar ik mee begon: het Nederlandse landschap. De ene duin is de andere niet en zoals alles zijn hier ook de duinen indrukwekkend groot. Bovenop de top van een duin, kijkend over duin en zandvlaktes tot aan de horizon, waan je je in een woestijn. Iets dat me in Noordwijk nooit gelukt is. En hoewel Nederland en Australië beiden plat zijn, is de belevenis hier toch anders. Hier is het mogelijk om tot aan de horizon te kijken zonder bebouwing of bossen te zien. Dit “grote niets” is een stille kracht op zichzelf (zie bijvoorbeeld deze foto). “Australië is net Nederland”? Nee hoor, het is een land apart. Een aantal van zijn krachten heb ik geprobeerd op de gevoelige plaat vast te leggen.

> Ga naar het Mungo-fotoalbum (18 foto's)
Disclaimer: het sexy hoedje komt bij de laatste drogist voor de outback vandaan, niet bij een herenmodezaak.

17 september 2012

Verkiezingen hier, verkiezingen daar...

Intussen is de eerste week in Australie alweer voorbij. De dagen gaan snel en we (we: mijn vader is hier vier weken vakantie aan het vieren) doen best wat, maar het is moeilijk om daar één ding uit te lichten. Misschien is het makkelijker de afgelopen week op te hangen aan wat we gemist hebben: de Tweede Kamer-verkiezingen.

Na een aantal dagen in Griffith te hebben doorgebracht zijn we naar Namadgi National Park naast Canberra gereden (klik voor een klein foto-album), en op zulke ritten valt je wel het een en ander op. Zo is er de lage snelheid: in de bebouwde kom (die doorgaans bestaat uit lintbebouwing van nog geen 200 meter lang): 50 km/u, net als in Nederland. Maar buiten de bebouwde kom is het 80, soms 100 en slechts een enkele keer 110. En dan de afstanden: een TomTom meenemen is eigenlijk niet heel erg nodig: aan het einde van de rechte weg (65 km) linksaf om daarna rechtdoor over de rotonde te gaan (50 km) onthoud je sowieso wel. 

Die afstanden met de loodrechte wegen, dat vraagt toch om snelheden die veel hoger liggen dan wat hierboven staat? Nee hoor: in dit land laat men zich niet gek maken met verkiezingsleuzen als "overal 130 km per uur" (wat, om het nog maar even te zeggen, natuurlijk een non-issue is als het aankomt op het besturen van een land, maar vast Henk en Ingrid over de streep trekt). En het fijne: iedereen houdt zich daadwerkelijk aan de gewenste snelheid: 50 is ook echt 50. Voor de enkeling die zich boven de wet waant zijn de boetes pittig: in 2008 betaalde ik $220 voor een overschrijding van 12 km/u - in Nederland zou dat slechts 57 euro zijn. Als kers op de taart zijn er rake en niet-betuttelende boodschappen van de overheid: "DRIVE N TEXT - UB NEXT" (plaatje) en "DO OR DIE" over gordels (plaatje). Weer wat anders dan de fluwelen handschoen van Rijkswaterstaat ("Gordel om, ook binnen de bebouwde kom").

De oplettende kijker ziet dat het fietspad (links) na het
hekje ineens aan de andere kant van de weg loopt. Hier
wordt 100 km/u gereden.
Is dit land dan het verkeerswalhalla? Nou, nee. Voor fietsminnend Nederland heeft het zijn nadelen. Fietspaden hebben ze in Griffith überhaupt niet. Canberra is een stuk fietsvriendelijker: daar hebben ze fietspaden op de snelweg. Jawel: op de snelweg, waar wij de vluchtstrook hebben. En waar auto's met 100 km/u de afslag over het fietspad nemen, moeten de fietsers het doen met een bordje "cross here with care".

Terug naar de politieke waan van de dag: ook hier zijn verkiezingen geweest. Men lijkt hier van eenvoud te houden: je zult hier geen posters met lege kreten vinden ("meeleven met slachtoffers, niet met daders" - kom op, welke partij staat nou meeleven met daders voor?). Posters zijn er wel, maar dan gewoon met een foto en een naam, niets meer en niets minder. En wie niet stemt riskeert een boete (geen stemrecht maar stemplicht). Inspiratie voor Nederland? Liever niet: hier in Australië lijkt men - getuige de eenvoudige posters - de politici af te rekenen op hun daden en niet op hun woorden. Zolang partijen stemmen winnen met ridicule (en/of radicale) leuzen en beloften is een stemplicht de nekslag voor het Nederland dat ik voorsta: bij de vorige TK-verkiezingen zagen we wat er gebeurt als iedere stemgerechtigde ineens onder zijn steen vandaan kruipt. 

Nou ja, terug naar het hier en nu. Het is lente en dat betekent dat het hier overdag voor ons Nederlanders als beginnend zomerweer is. 's Avonds koelt het af, in Namadgi NP vonden we 's ochtends zelfs nog wat sneeuw. Het uitzicht vanuit de achtertuin in Griffith belooft wat voor de zomer. Hier een zonsondergang om mee af te sluiten.

Bother me tomorrow
today, I'll buy no sorrows
Doo doo doo
lookin' out my backdoor
-- CCR

>> Ga naar het Namadgi foto-album (6 foto's)

5 september 2012

Afscheid van Leiden

De laatste week is hard gegaan: vrijdag de laatste dag op het werk, het weekend verhuizen (dat wil zeggen: mijn studentenkamer leeg opleveren) en de dagen erna nog een afscheidsronde door Leiden doen. En na maanden van voorbereiding is het dan eindelijk zover: vrijdag 7 september vlieg ik richting Sydney.

Wat is dan het plan? Dat staat hiernaast al kort uitgelegd: een reis naar Australie met als hoogtepunt de Australian Alps Walking Track. Een route door vijf aaneengesloten nationale parken, van in totaal 670km lengte. Geen dorp of supermarkt die je tegenkomt, dus wel eerst met de auto food drops plaatsen langs de route. Omdat het nu net lente begint te worden is het niet mogelijk direct te vertrekken (te koud, rivieren staan nog te hoog). Eerst maar eens acclimatiseren bij mijn zus, die in Griffith woont.



Het plan is om ergens in de loop van het voorjaar van 2013 weer 's Nederlandsch te keren. Precies op tijd voor de tweede verkiezingen ;) Maar voordat ik vertrek de volgende ode aan het Leidsche:

Morspoort

Oh Morspoort wier ranke lijnen

Als een baken in de nacht,
Na elk drankgelach en zulks zijnde
Mij steeds hebben thuisgebracht.

Ik zal u nu gaan ontberen
Reis over een and're brug
Maar ben u toch wel gaan waarderen
Dus kom gezwind in 't Leidsche terug

Op dit blog kun je van tijd tot tijd updates vinden over mijn reis. Met het formulier Ontvang email bij updates hiernaast (rechts) blijf je automagisch op de hoogte van updates van dit blog. De ene keer is dat een luchtig reisbericht, de andere keer een wat technischer naslagwerk voor volk dat de route ook eens wil lopen.

Tot over uch maanden!

2 juli 2012

NKBV-workshop Bergwandelen

Zoals eerder aangekondigd heb ik me ingeschreven voor de NKBV-workshop Bergwandelen, om wat beter voorbereid op pad te gaan. De cursus wordt gegeven in De Tukhut, het instructiecentrum van de NKBV. De Tukhut ligt in Sy, aan de Ourthe (Ardennen, +/- 1 uur rijden vanaf Maastricht).

De Tukhut is ingericht als berghut zoals je die in bijvoorbeeld de Alpen zou tegenkomen, gecombineerd met faciliteiten om met grote groepen instructies te krijgen. Zo lig je met 10 tot 20 anderen op een kamer, maar heb je wel een gasfornuis, magnetron, koffiezetapparaat etc. Niet alleen over wandeltochten plannen kun je wijze lessen leren, maar ook over slapen bij vreemden: neem in vredesnaam oordoppen mee...

Deze rots blokkeerde zaterdag een
directe passage. Na een steile klim
vonden we boven een omweg.
Na het eten bij de buren (het plaatselijke restaurant) vangt de workshop aan. In de drie dagen dat de workshop duurt komt een hoop aan bod: uitrusting, planning, navigatie en veiligheid. Instructeur Aart put uit eigen ervaring en weet een heleboel. Jammer dat door de beperkt beschikbare tijd niet alles aan bod komt, maar goed: wie na drie dagen nog niet genoeg heeft gehad kan een vervolgworkshop boeken op verschillende terreinen. 

Naast theorie vanaf de ruim 70 slides (een naslagwerk dat je na afloop krijgt toegemaild) is tijdens het weekend ook voldoende oog voor de praktijk. Zaterdag luidde de opdracht een route naar een ander dorp te plannen, te verwerken tot een schema (met daarin tijden, afstanden, hoogtes en kompasrichtingen) en te lopen. Met kaart en kompas bij iedere kruising en bocht blijkt dit een verrekte goed middel te zijn. Zondag daarentegen, toen we een gelijksoortige opdracht kregen en daarbij op GPS vertrouwden, zijn we twee kilometer omgelopen. Niet omdat de GPS niet klopte, maar waarschijnlijk omdat we door het blinde vertrouwen in de elektronica niet goed hebben opgelet. Ach, zo zie je des te meer van de Belgische omgeving.

Al met al een leuk weekend waarin vaardigheden zijn bijgewerkt, nieuwe kennis is opgedaan en bovendien contacten zijn gelegd in de wandelwereld. Een aanrader, en voor de 89 euro die het kost (inclusief eten en verblijf) kun je je er ook geen buil aan vallen.

Foto's met dank aan Ron Martens.

30 april 2012

Kompasnavigatie en bergwandelworkshop

Delen van de AAWT zijn gemarkeerd met paaltjes, andere delen zijn dat niet. In de ongemarkeerde delen zul je op andere wijzen moeten navigeren. Anno 2012 ligt een GPS-ontvanger voor de hand. Maar als je 10 weken verstoken bent van alle elektriciteit, is het lastig om batterijen op te laden. Je zult daarom ook altijd met ouderwets handwerk moeten kunnen navigeren.

Tot mijn vijftiende heb ik op scouting gezeten, bij de landverkenners. Kompasnavigatie kwam daar regelmatig aan bod en nu nog zou ik met een kompas objecten kunnen "schieten". Maar daar houdt het dan ook wel bij op. Kortom: hoog tijd voor een bijspijkerles in navigatie. Daarom heb ik de KNVB bergwandelworkshop geboekt. Bovendien wordt in de workshop stilgestaan bij tochtvoorbereiding. 


Begin juli volgt dus een update!

Austrlian Alps Walking Track: het plan

Route: Walhalla - Namadgi
Het Australian Alps Walking Track: een 660 kilometer lange bushwalk over de hoogvlaktes van Victoria, New South Wales en het ACT. Het loopt over afgelegen alpine-gebied en door de mooiste nationale parken van Australië. Wie dit avontuur aangaat, loopt door indrukwekkend hoge bossen, besneeuwd gebied en weidse vlaktes.


Dat is althans wat de Australische overheden over het walking track (verder: AAWT) zeggen. Is het waar? Er is maar één manier om daarachter te komen. Helaas is het pad onder Nederlanders vrij onbekend. Goed, we zijn zo mogelijk het volk dat het verst van het pad is verwijderd, maar toch: het is niet erg praktisch als je het AAWT wilt gaan lopen en er weinig (Nederlandstalige) ervaring en informatie over te vinden is. Daarom zal ik mijn vorderingen online bijhouden, misschien is er iemand mee geholpen.


Het startpunt voor iedereen is in ieder geval het boek van John Chapman. Bestel je het online bij Open Spaces, bezuinig dan niet op de verzendkosten. Hun bootverzending duurt, zoals beloofd, drie maanden. Voor +/- € 10 meer wordt het per luchtpost verzonden.